Schuilen op een open plek

Illustratie: Twan Zijlstra

(bijgewerkt april 2016)

Hoe leer je als puber te vertrouwen op de waarde van je talenten en op de waarde van jezelf? Hoe vind je als twintiger in je zoektocht naar zelfstandigheid de balans tussen wat je ouders je adviseren en wat je zelf wil? Hoe word je een goede moeder en zorg je dat je kind van je houdt? En hoe behoud je als steeds ouder wordende vader het aanzien van je zoon?

Een mozaïekfilm van 90 minuten over klein menselijk leed, blunders en schaamte.

In een nog jonge stad in Nederland hangt al weken een sfeer van eindeloos koud winterweer. De stadsbewoners kleden zich warm en zijn gespannen. Haren worden onder een muts verstopt of eindeloos gefatsoeneerd voor de spiegel. Steeds zien we weer dezelfde zakenman voorbij lopen die stiekem vette kroketjes koopt bij de snackbar en dan hoopt dat niemand kijkt. Verschillende type mensen: jong, oud, bekakt, alternatief, slonzig of deftig, lopen met een boog om elkaar heen.

We focussen ons in het bijzonder op vier bewoners, allen uit een andere generatie, en zien een maand uit hun leven. Zij zijn: Suzan, een moeder van dertig, Carlijn, een meisje van twintig, Tim, een brugklasser en Robbert, een man van tweeënzeventig.

Tijdens het zien van de film merk je dat zij allen met dezelfde soort angsten en schaamte stoeien en dus helemaal niet veel van elkaar verschillen. Ze zouden iets aan elkaar kunnen hebben, maar in de stad lopen ze langs elkaar heen. Ze maken het voor zichzelf ook steeds moeilijker. Hoe meer ze zich van anderen aantrekken en leven naar veronderstelde verwachtingen, hoe ongelukkiger ze worden, en ook hoe kouder het weer. Zullen ze elkaar ooit echt ontmoeten? Zo ja, dan kan het eindelijk lente worden. En in de lente gaan de jassen uit.

Dit afstudeerwerk is samen met mijn scriptie De schaamte van de schrijver voorgedragen voor de HKU-Award 2015 in de categorie Artistieke prestatie. Ik werd bij het schrijven begeleid door Chris Westendorp.

juni 2015

Openingsfragment

1     EXT. JONGE NEDERLANDSE STAD – DAG – SEQUENTIE

BEGIN TITELSEQUENTIE:

Het stadscentrum van een nog jonge stad. Veel nieuwbouw. Weinig sfeer. De kleur grijs overheerst.

Voor een aantal winkelpanden staan of hangen bordjes en affiches met “te huur”. Achter de etalageruiten van deze panden is het leeg en stoffig.

2     EXT. CENTRALE PLEIN – DAG – SEQUENTIE

Er waait een harde wind over het centrale plein. We zien een grote verscheidenheid aan warm aangeklede mensen. Ze lopen stug door en trotseren de koude wind.

Een NETTE VROUW houdt een klein handspiegeltje voor haar gezicht en fatsoeneert haar kapsel. Windvlagen waaien het kapsel steeds weer uit model. De nette vrouw blijft fatsoeneren. Een gebed zonder end.

Een JONGEN MET MUTS kijkt terwijl hij aan het lopen is zogenaamd terloops in een winkelruit naar zijn eigen spiegelbeeld. Hij trekt zijn muts verder naar beneden en stopt uitstekende piekjes haar erin.

Een MAN IN PAK staat voor de snackmuur van een snackbar. Hij zoekt kleingeld in zijn portemonnee en kijkt af en toe schichtig om zich heen. Alsof hij denkt dat iemand hem bespioneert.

Een JONGE MAN is druk bezig op zijn smartphone.

Een MEISJE is druk bezig op haar smartphone. Ze doet dit voor de vorm; kijkt met zogenaamde concentratie naar het menu op haar scherm en klikt nergens op. Af en toe kijkt ze vluchtig naar de mensen om haar heen. Alsof ze ergens op betrapt kan worden.

De jongen met muts loopt met een grote boog om een groepje kakkerige meisjes heen.

Een OUDE MAN MET ROLLATOR loopt met een grote boog om een groepje middelbare scholieren heen.

De man in pak haalt een kroket uit de muur. Hij neemt een hap, doet zijn ogen even dicht en geniet. Dan veegt hij vlug zijn handen af met een servetje en klopt de kruimels van zijn pak. Met de halfopgegeten kroket loopt hij zo snel mogelijk bij de snackbar vandaan.

Titel verschijnt: “Schuilen op een open plek”

3     STRAAT VAN SUZAN – DAG

Een straat in een woonwijk buiten het centrum. Een auto komt de hoek om.

4     RIJDENDE AUTO SUZAN – DAG

SUZAN (30 jaar) rijdt in haar auto door de straat. Ze is een beetje een volkse vrouw, slechte huid, veel make-up, met de potentie mooi te zijn, zou ze haar gezicht minder overdreven opmaken. LINSEY, haar dochtertje (4 jaar), zit achterin. Schattig meisje met twee staartjes in het haar. Ze kijkt boos.

EINDE TITELSEQUENTIE.

5     VOORTUIN SUZAN – DAG

Suzan doet het achterportier open voor Linsey. Terwijl Linsey uitstapt, plukt Suzan aan één van de staartjes.

SUZAN:
Zijn we weer boef.

Linsey beweegt haar hoofd weg van Suzan zodat die niet meer aan haar haar kan plukken. Linsey loopt een eindje weg en gaat demonstratief met haar rug naar Suzan toe staan.

Suzan steekt een sigaret op en neemt een flinke trek. Ze heeft het koud en rilt.

Rechtsonderin beeld verschijnt de tekst:

“Nog 20 dagen winter.”

CUT TO:

Linsey staat in de deuropening van het huis en Suzan wurmt zich langs haar naar binnen, haar armen vol met de laatste boodschappen, een sigaret in haar mond. Linsey raapt een vies klein ondefinieerbaar dingetje van de grond.

SUZAN:
Linsey! Nee!

Suzan kan met haar handen vol niet ingrijpen, brengt eerst de boodschappen binnen, komt snel terug en veegt Linseys handen af.

SUZAN:
Hè gadverdamme, wat zeg ik nou! Luisteren!

De overbuurman gooit plastic weg in zijn vuilnisbak en kijkt naar ze. Suzan merkt het en glimlacht vluchtig. Ze duwt Linsey naar binnen en knalt de klep van de auto dicht.

6     STUDENTENKAMER VAN CARLIJN – DAG

We zien een spiegel met daarop een briefje met ‘You are beautiful’. Dan zien we CARLIJN. Een mooi meisje (20 jaar) dat achter dichte gordijnen zit te lezen in haar studieboek over rechten. Ze is in pyjama. Op haar telefoon loopt een stopwatch af. Nog een minuut. Carlijn probeert wat laatste concentratie op te brengen, maar haar ogen worden naar de cijfers op de telefoon getrokken. Ze leest nog een paar zinnen. Dan gaat de stopwatch af. Carlijn stopt een papiertje tussen haar boek en slaat het dicht.

7     HUIS VAN TIM – DAG

TIM (13 jaar) trekt de voordeur achter zich dicht. Hij heeft een dikke schooltas op zijn rug en is duidelijk een brugklasser. Hij draagt lompe zwarte schoenen, met veel profiel. MITCH, ook een brugklasser, maar een stuk hipper gekleed met een stuk plattere rugtas, zit op zijn fiets op Tim te wachten.

8     RAND VAN HET STADSCENTRUM – DAG

Mitch en Tim fietsen langs de rand van het centrum. Mitch versnelt, wisselt de straat af met de stoep, maakt een paar wheelies. Tim doet hem na. Hij haalt Mitch in zodat die Tims wheelie kan zien. Tim is er nog niet zo goed in.

9     STRAAT LANGS ELEKTRONICAWINKEL – DAG

Mitch en Tim fietsen langs de man in pak die zijn handen afklopt en op de laatste resten van zijn kroket kauwt.  De man in pak loopt zojuist de straat uit waar ROBBERT (72 jaar) door de etalage van een elektronicawinkel kijkt. Hij draagt zware boodschappentassen. Zijn handen worden afgekneld door de hengsels. In de winkel staat een verkoper vrolijk op een tablet te swipen. Robbert schudt zijn hoofd om zoveel moderne onzin. Trots vervolgt hij zijn weg.