Hou van mij

Risk - 500Hou van mij gaat over een schijnbaar gelukkig gezinnetje, bestaande uit een dominante moeder, een wel erg toegeeflijke vader en Richard, hun twaalfjarige zoon, met zijn morbide fascinatie voor scharen.

Spelletjesmiddag vormt het lichtpuntje van de week voor moeder Sandra die de wereld met al zijn mensen haat en benijdt. Het mag haar zoon aan niets ontbreken, maar het ontbreekt hem aan misschien wel het allerbelangrijkste dat er bestaat.

Ik heb mij laten inspireren door een krantenstukje over een moeder en haar moeilijk opvoedbare kind. Het jongetje was wegens slecht gedrag al drie keer van dezelfde school gestuurd, maar moeder bleef volhouden dat hij werd gepest en dat de school hem slecht had begeleid. Ze won rechtszaak na rechtszaak en de jongen kwam steeds terug op dezelfde school, waar juffen en meesters dreigden met stakingen.

Geïnspireerd door dit verhaal plaatste ik moeder Sandra, vader Ned en hun zoon Richard, drie fictieve personages, in een soortgelijke situatie en verzon ik het verhaal achter het krantenstukje. Wat blijft er over van zo’n moeder, van zo’n vrouw die altijd met iedereen in strijd is, als blijkt dat waartegen ze zo hard vecht door haarzelf is veroorzaakt? Hoe groot is de invloed van ouders op het gedrag van een kind? Wat maakt je tot wat je bent?

De tekst is geschreven voor het vak ‘Eenakter’, onder begeleiding van Nirav Christophe, schrijver, neerlandicus, theaterwetenschapper en docent op de HKU. Het was de eerste keer dat we een volledig affe tekst voor volwassen publiek gingen schrijven. Ik heb met verschillende dramatische dubbelheden geëxperimenteerd en geprobeerd spanning op te wekken door te schakelen in verbondjes tussen de drie personages.

Ik heb het schrijfproces bij deze tekst geanalyseerd in een dramaturgisch essay dat je hier kunt lezen.

31 mei 2013

Fragment

Scène 2 uit eenakter Hou van mij

Sandra (38), Ned (40) en Richard (12) zijn risk aan het spelen.

(…)

Ned: In de telefoon. Ja … ja …

Richard: Mama, nou zit papa de hele tijd aan de telefoon.

Sandra: Ned ik zet vier legers voor je bij.

Ned: Prima prima.
In de telefoon. Ja …

Richard: We gingen toch ‘samen’ Risk spelen?

Sandra: Doen we ook schat.

Ned: In de telefoon. Moment.
Ze nodigen ons uit voor een gesprek.

Sandra: Je bent. Bijzetten of aanvallen?

Richard zet bij.

Sandra: Niet meer dan vier!

Sandra grist legers uit Richards handen.

Sandra: Jakoetsk is nu wel vol genoeg.

Ned: Of we morgen komen.

Richard: Ik krijg vijf van Europa!

Ned: Is half 3 goed vragen ze. Sandra?

Sandra: Voor wat?

Ned: Een gesprek.

Richard probeert de aandacht af te leiden.

Sandra: Ik kan je opdrachtkaart zien schat. Leer hem uit je hoofd en leg hem op z’n kop.

Ned: Half 3.

Sandra: We kunnen niet.

Ned: In de telefoon. We kunnen niet. …
Half-

Sandra: Ook niet.

Richard zucht van opluchting.

Ned: In de telefoon. Ook niet. Helaas helaas. Waar gaat het over?

Richard probeert het telefoongesprek op te vangen en veegt met zijn mouw bijna de legers van het bord.

Sandra: Pas op!

Ned: In de telefoon. Abel?

Sandra: Kijk nou wat je doet!

Ned: In de telefoon. Zoiets zou hij nooit doen.

Sandra: Wat niet?

Richard slaakt wat oerachtige oorlogskreten alvorens hij zijn dobbelstenen gooit. Sandra gooit ook en ze kijken wat de uitkomsten zijn.

Richard: Dood dood!

Ze gooien nog een keer allebei.

Richard: Dood!

Richard smijt moeders legers op de grond.

Ned: In de telefoon. Vreselijk vervelend. Ik begrijp het helemaal.

Sandra: Gooi jij eens voor je vader? Siberië tegen Jakoetsk.

Ned: In de telefoon. Wacht even hoor.
Ik wil Jakoetsk helemaal niet aanvallen.

Sandra: Dat is dan heel erg dom.

Ned: In de telefoon. U verwart hem niet met een andere jongen?

Sandra: Wat zeggen ze?

Richard haalt het modelvliegtuig te voorschijn en laat het neerstorten op het speelbord. Hij gooit het complete bord overhoop en maakt vliegtuiggeluiden.

Richard: Dood dood!

Ned: In de telefoon. Luister. Ik heb het hier met hem over gehad—

Sandra staat op.

Sandra: Over gehad?

Ned: In de telefoon. –en hij verzekerde me ervan dat het bij kikkers is gebleven.

Sandra: Kikkers?

Richard: Ik was het niet.

Sandra: Hè? Maar… ik ben dat even vergeten van die kikkers. Wat was dat ook alweer? Ik weet nog dat je het vertelde. Was dat gisteren, of, vanmiddag? Iets met kikkers, dat heb je verteld, ik weet het bijna zeker.

Ned: Onverschillig. Nee dat heeft hij alleen aan mij verteld.

Sandra: In paniek. Zeg nou even wat het was want ik weet het niet meer!

Richard: Dan word je boos.

Ned: In de telefoon. Ja …

Sandra: Wat zeggen ze?!

Ned: Er schijnt een klein incidentje geweest te zijn op school met een jongetje, een scherpe schaar, bezeerde vingers, dat soort zaken. Niets om je zorgen over te maken.

Sandra bekijkt Richards vingers.

Sandra: Wat zeg ik nou altijd. Niet lopen met een schaar!

Richard: Dat deed ik niet.

Ned: Nee dat deed hij niet. Hij knipte. In de vingers van eh…

Sandra is even sprakeloos.

Ned: Volgens mij willen ze nu graag jou spreken.

Sandra: Waarom? Ik heb niks gedaan.

Ned: Dat zeggen ze ook niet.

Sandra: Beetje mij lopen aanspreken. Zíj laten hem door iedereen pesten. Zíj begeleiden hem niet. Zíj hebben een onhandelbaar monster van hem gemaakt en dat gaan zíj oplossen. Niet ik.

Sandra zakt neer op haar stoel.

Sandra: Ons kind is een onhandelbaar monster.

Ned: In telefoon Wacht nou even voordat jullie zo’n ontzettend overhaaste beslissing nemen. …

Richard: Mam?

Sandra trekt Richard op schoot.

Richard: Ben ik een onhandelbaar monster?

Sandra: Kind, je ziet zo wit als mijn moeder op haar sterfbed. Beloof je dat je naar buiten gaat morgen? In de grote pauze? Zoveel als jij binnen zit. Niet gezond.

Ned: Ze sturen hem van school…

Sandra: Hè?

Ned: Iets met de absolute druppel ofzo. Ik begrijp het niet.

Sandra: Ze kunnen een probleemkind niet zomaar van zich afschuiven!

Richard: Ben ik een probleemkind?

Ned: Natuurlijk niet.

Richard: Dat zei ze net anders wel. Een onhandelbaar monster, dat zei ze!

Sandra: O zei ik dat?

Richard: Ja.

Sandra: En verbaast je dat?

Richard: Een beetje wel ja.

Sandra: Vreemd.

Ned: Ik zal zeggen dat we toch een gesprek willen. Misschien valt er nog wat te redden.
In de telefoon.
Ja sorry daar ben ik weer.

Sandra duwt Richard van zich af en trekt de telefoon uit Neds handen.

Sandra: In de telefoon. Ja hallo? … Ja dit is de moeder ja. Één middagje vraag ik voor mij en mijn gezin. En dan bellen jullie op met leugens leugens leugens! Ik heb daar geen tijd voor. Wij zitten hier in een bloedstollend sp- … Natuurlijk wilt u hem geen les geven. Hij is het meest inhumane, meest sadistische kind ooit op aarde gezet. Heeft u één seconde nagedacht hoe dat voor míj is? U bent alleen zijn lerares. Ik zijn moeder. …
O ik heb het weer gedaan. … Mag ik- … Mag ik- … Mag ik even?! Ik weet niet wat ze jullie daar leren op de pabo, maar ík moet me toch zeker niet schuldig gaan voelen omdat er bij júllie een bibberwang rondloopt die niet kan uitleggen? Is het u wel eens opgevallen hoe hij zijn pen vasthoudt? …

Ned: Sandra, misschien moeten we dit niet-

Sandra: In de telefoon. Reken maar dat hij komt. … Nee daar gaan we niet nog even rustig over praten. U zorgt ervoor dat u óf uw diploma verbrandt en in vier jaar een nieuwe gaat verdienen, óf dat u voorgoed verrekt, ik bedoel vertrekt, vertrekt, en een degelijk leerkracht bij, laat mij nou even mijn zin, hè verdomme, u moet echt, hij moet, hij, HIJ BLIJFT!
Wilt u mij nu alstublieft excuseren? Wij zitten in een bloedstollend spel en als dat zo doorgaat in Jakoetsk, dan heeft Richard straks gewonnen. Dankuwel!

Hangt op. Lange stilte.

Richard: Sorry mama.

Sandra: Naar boven.

Richard: En het spel dan?

Sandra: Naar boven!

Richard blijft zitten. Sandra pakt een schaar uit de keukenla en houdt die dreigend naast de vleugels van het modelvliegtuigje.

Sandra: Ga je naar boven?

Richard: Nee.

Sandra knipt de vleugels af.