Net kinderen

3 april 2019

Planten zijn net kinderen. Dat realiseer ik me sinds ik acht stekjes scheidde van een Aloë Vera moederplant, er één stierf waarvan de navelstreng duidelijk te vroeg was doorgesneden en de anderen, op een uitblinker na, maar blijven zeuren om water dat ze zonder wortels nog niet zelf kunnen opzuigen. Ik sta machteloos. Ze moeten zelf wortelen, en groeien.

Ik realiseer het me nog meer nu ik in een nieuwe moestuinmanie ben beland en in de vensterbank vijf paprikazaadjes heb grootgebracht tot kleuters die zich steeds weer naar de zon toe buigen ook al zeg ik dat het niet mag en dat ze rechtop moeten gaan zitten. Overigens zie ik nu overal om me heen moestuinmateriaal. Ik weet niet of dat komt omdat je waarneming altijd gestuurd wordt door wat je het laatst bezighield, net zoals wanneer je een nieuw woord hebt geleerd en dat woord ineens overal opduikt, óf dat marketeers en verkopers haarscherp in de gaten hebben dat het spul goed verkoopt, de winkels ermee volstouwen, wat mij logischerwijs opvalt, ook omdat ik helemaal in het profiel pas van de potentiële koper.

Bonsai-bomen kweken. Dat is een wereld op zich. Eén waarover je goed moet nadenken of je daar wel in wilt stappen. Lucratieve business ook. Want je boompje zal natuurlijk het mooist gevormd worden als je exclusief en duur bonsai-gereedschap gebruikt, speciale bonsai-aarde, zogeheten trainingsschalen en wel of niet geglazuurde potten en onderschotels (want ja, dat maakt verschil). Je wil dat de boom eruitziet als een gewone grote boom, maar dan klein, en dat gaat niet zonder de takken te omzwachtelen met ijzerdraad (speciaal bonsai-ijzerdraad) en de juiste kant op te buigen, lang genoeg om ze te leren dat ze in die stand moeten blijven staan, en ze te kortwieken met geschikte schaartjes, nog voor ze al te erg in de hoogte reiken. In de natuur komen bonsai-bomen helemaal niet voor. Daar groeien ze gewoon uit tot grote bomen. Wij mensen houden ze klein voor in de huiskamer, als kinderen die we zo lang mogelijk bij ons willen houden.

Sommige bonsais groeien uit tot ware kunstwerken. Je kunt ze snoeien, snijden, knippen, kneuzen, samensmelten (dat heet enten) en schuren, ze prachtig wild en oerwoudachtig laten lijken, of juist recht en statig. Een proces van soms wel 10 jaar. Of je koopt een kleintje bij het tuincentrum, dat je vergeet water te geven en dat na een jaar doodgaat.

Ik las een artikeltje over een aangereden boom langs de kant van de weg, die gered is en een nieuw leven kreeg als bonsai-boom. Daarvoor moest hij flink worden teruggesnoeid en een deel van de stam worden afgezaagd, zodat er een fijnere takkenstructuur ontstond en hij weer de uitstraling van een echte boom kon krijgen. Het idee van een geredde boom intrigeert me. Alsof het hier gaat om een voelend wezen. Niet de zoveelste van zijn soort, maar een individu met bestaansrecht, dat daar zelf niet voor op kan komen maar wordt opgemerkt door iemand die potentie ziet voor een leven als miniatuur. Als ik het artikel beter lees, begrijp ik dat vóór de aanrijding al was besloten om van deze boom een bonsai te maken. De boom is toen helaas aangereden en beschadigd, maar later alsnog gebruikt.

De natuur naar je hand zetten. Niets mis mee. Zolang er maar leven is, binnen en buiten. Wat ik helemaal niet wist is dat er niet alleen bedreigde diersoorten, maar ook veel bedreigde planten zijn, planten op de zwarte lijst die je niet zomaar in een park mag plukken voor je sla (wat al nooit in me opkwam). Misschien krijgen we in de toekomst, als de klimaatverandering doorzet en de hele vegetatie naar de gallemiezen helpt, naast visvergunningen ook te maken met plukvergunningen.

We moeten goed op onze plantjes passen, want planten zijn net kinderen. Of nee. De planten waren er het eerst. En zij voeden ons. Dus zijn wij de kinderen van de planten. En zonder planten gaan we dood.