Waarom to-do-lijstjes zo fijn zijn

18 februari 2019

Ik zet graag dingen op een to-do-lijst. Afspraken en verplichtingen natuurlijk, maar vooral andere dingen. Ik wil een bepaald boek nog lezen. Er komt iets op tv wat ik wil zien. Ik moet m’n bureau opruimen, iemand terugmailen en de planten water geven. Ik wil die speciale koekjes opeten voor ze oud zijn. Als ze op zijn wil ik nieuwe kopen.

Iets op een to-do-lijst zetten geeft een heerlijk gevoel van opluchting. Want wat je niet opschrijft, moet je de hele tijd in je hoofd houden. Soms schrijf ik ook op dat ik iets nog op een to-do-lijst moet zetten, op een andere lijst weliswaar, als ik mijn hoofdlijst even niet bij de hand heb. Inmiddels heb ik meerdere hoofdlijsten in verschillende categorieën. Ik heb ook ergens staan dat ik mijn lijsten moet ordenen. Veel lijsten blijven liggen zonder dat de gedane taken zijn aangevinkt of doorgestreept. Maar dat als een aparte taak omschrijven, gaat zelfs mij te ver.

Des te minder echte verplichtingen ik heb, des te talrijker en uitgebreider de lijsten worden. Alsof het erg moeilijk te geloven is dat ik ook weleens niets hoef. Als ik niets hoef, wat doe ik hier dan eigenlijk? Wat heeft mijn leven dan voor zin? Misschien wíllen mensen helemaal geen rust. Ze hebben vooral een invulling van hun leven nodig. Zo is het ook heel prettig als je de richtlijnen van een religie kunt volgen, of bij een soort subcultuur of een bepaalde hechte gemeenschap hoort. Dat doen mensen helemaal niet alleen om ergens bij te horen. Het ergens bijhoren geeft gewoon weer een hoop duidelijke dingen te doen. Dingen die je naar believen op to-do-lijstjes kunt zetten.

Bij mij werkt dingen op lijstjes zetten eigenlijk iets té goed, want zodra ik een taak heb opgeschreven, daalt er zo’n rust over me neer en kan ik wat ik heb opgeschreven zo goed loslaten, dat ik niet meer op het idee kom de taak terug te lezen en hem waarschijnlijk nooit doe. Dat is niet zo erg. Toen ik geen nieuw pak koekjes kocht, draaide de wereld gewoon door. Maar als ik helemáál geen eten koop, draait mijn wereld niet door. Daarom is mijn nieuwe strategie nu om de taken die écht belangrijk zijn, of gewoon heel vanzelfsprekend, juist niet op te schrijven, want dan moet ik mijn best doen ze in mijn hoofd te houden en is de kans groter dat ik ze ook echt doe.

Laatst lukte het me wel om een taak van een lijst half uit te voeren. Er moest een flinke was worden gedaan. Toen mijn kleren over de rekjes hingen, voelde ik me helemaal voldaan. Tot ik ’s avonds opeens opsprong uit mijn stoel, omdat ik me iets herinnerde wat ik niet had opgeschreven. Ik had helemaal geen wasmiddel gebruikt! Mijn hoofd was kennelijk erg in beslag genomen geweest door andere niet opgeschreven dingen.