De bomentemmer

Marinke is de grote mensen zat. Ze lachen om haar en knipogen, omdat ze denken dat ze klein is. Ze wil weleens serieus genomen worden, maar dat kan niet als ze zich blijft gedragen als een kind. Sverre is de hele zomer alleen met de bomen in de straat, als zijn liefste buurmeisje Marinke ver weg met haar ouders op vakantie is. Dit jaar komt er een andere Marinke terug dan die is vertrokken. Eentje die geen tijd heeft om te spelen. Eentje die niet gelooft in de bomentemmer, maar Sverre moet blijven geloven dat Marinke weer kan worden zoals ze was.

Deze eenakter is geschreven voor het vak Schrijven voor jeugdtheater op de HKU.

30 maart 2013

Fragment

Sverre loopt boos schoppend tegen de herfstbladeren naar Marinke die op een bedje ligt te zonnen.

 

Sverre:
Zullen we iets doen?

Marinke:
Nee.

Sverre:
Waarom niet?

Marinke:
Ik doe al iets.

Sverre:
Wat dan?

Marinke:
Zonnen.

Sverre:
Zonnen?

Marinke:
Genieten van het laatste zonnetje.
Het wordt winter weetje.

Sverre gaat ook zonnen.

Sverre:
We kunnen ook gaan zwemmen.

Marinke:

Sverre:
Als het winter is kan het niet meer.
Wil je niet genieten van het laatste zwemmen?

Marinke:

Sverre:
Hé Marinke je hebt je bal uitgepakt!

Marinke:

Sverre:
Zullen we doen van hij is heet als vuur, maar als ‘ie op de grond komt ontploft ‘ie?

Marinke:

Sverre gooit de bal op Marinke

Marinke:
Au! Waarom doe je dat?

Sverre:
Je bent ontploft.

Marinke:
Oké.
Oe! Heet! Aa! Oe! Boemberdeboem ontploft! Einde.
Nu ga ik weer zonnen.
Volgens mij word ik al een beetje bruin.

Sverre:
Laat eens zien.

Marinke:
Wat kan jou het schelen?

Sverre:
Het zou kunnen…
Marinke! Snel kom in de schaduw!

Marinke:
Waarom?

Sverre:
Je moet uit de zon. Snel.

Marinke:
Nee. Laat me los. Jezus Sverre. Je doet me pijn.

Sverre:
Straks ben je zo vreselijk bruin, zo vreselijk bruin en dan breek je doormidden.
Kijk dan. De groene bladeren braken niet doormidden.
Ze hebben teveel zon gehad.
Ik wil niet dat ze geel worden.
En vallen.
En dan bruin worden.
En breken.
Ik wil dat ze teruggaan.
Ga terug. Ik ben toch zeker de bomentemmer!
Terug zeg ik!
Marinke moet uit de zon.

Marinke:
Laat me met rust!

Sverre:
Maar-

Marinke:   
Je bent niet goed snik.
Als je tegen bomen praat ben je niet goed snik.

Sverre:
Ik-

Marinke:
Ga! Weg!

Sverre:
Ik ga weg als jij uit de zon gaat.

Marinke:    
Oké blijf maar.

Sverre:
Oké best.

Marinke:
Best.

Sverre:
Best.

 

Marinke:
Wat ben je aan het doen?

Sverre:
Ballen.

Marinke:   
Dat is mijn bal waar je mee balt.

Sverre:
Kom maar in de schaduw als je hem wilt.

Marinke:
Ik hoef hem niet.
Wat doe je?

Sverre:
Als de bomen niet luisteren dan moeten ze gestraft.

Marinke:     
Bomen voelen geen pijn.
Dat heb ik je al gezegd.

Sverre:
Wel als je een bal tegen ze aan gooit.
Dat voelen ze wel.
Jij bent hierna aan de beurt.

Marinke:   
Jij bent geschift.

Sverre:
Ik ben Sverre.
Sverre de geschifte.
Sverre de geschifte bomentemmer.

Marinke:
Je vergeet een stukje.
Kun je daar soms niet bij?

Sverre:
De bomentemmer kan overal bij.

Marinke:    
Je kunt er niet bij.
Je bent te klein.

Sverre:
De bomentemmer stelt het hoogtepunt van zijn show nog even uit.
Het publiek wacht in spanning op zijn volgende zet.
Gaat hij de bal in de top krijgen?
Hij maakt een paar missers.
Om het publiek om de tuin te leiden.
Ze denken dat hij het niet kan.
Hij laat ze dat een poosje denken.
Nog even rekken.
Nog even die spanning.
Nog één keer net onder.
Nog één keer net naast.
Na elke gooi rent hij achter de bal aan.
Hij raapt hem op.
Gooit meteen opnieuw.
Hij hijgt van uitputting.
Hij kan
Hij kan
Hij kan bijna niet meer praten.
Maar hij gaat door.
Hij geeft niet op.
Hij
Geeft
Niet
Op
Hij-

Marinke:       
NEE! Mijn bal!

Sverre:
Het publiek is verbaasd.
De bomentemmer doet alsof hij ook verbaasd is.
Natuurlijk heeft hij dit allemaal van tevoren gepland.

Marinke:     
Lelijke snotkleuter. Neusvreter! Korstkrabber!!

Sverre:
Geen paniek.
Ik haal hem wel voor je.

Marinke: 
Dat kun je niet.

Sverre:
Oh nee?

Marinke:   
Je bent te klein.

Sverre:
Moet jij eens opletten.

Marinke:   
Dat kun je ècht niet!
Maar echt.
Ik bedoel
Dat kun je echt niet.
Kom terug!
Sverre!

Sverre:
Klein hè?
En slap zeker ook.
Geen kracht in mijn armen en benen.
Gooi hem zo BAM in de top.
En dan zeker ook niet kunnen klimmen.
Ha!
Ik kan dat niet.
Ha!
Hahahahahahahahaha!
Maar je hebt natuurlijk gelijk.
Er zijn gevaren.
De boom zou wild kunnen worden.
Mij uit zijn takken kunnen schudden.
Kunnen gaan stampen van woede met zijn ene dinosaurusvoet.
Maar maak je geen zorgen schone jonkvrouw.
Als hij gaat stampen zorg ik dat hij dat ver bij u vandaan doet.
Als hij gaat schudden breek ik al zijn takken.
Heb je dat gehoord boom?
Met je kale takken kop?
Je bent al bijna zo kaal als mijn vader.
Ik word nooit zo kaal.
Nooit.